Hoe besteden wij noodhulp inkomsten?



Vier vragen aan Jan Drost

 

Stel, er gebeurt een ramp, welke stappen nemen jullie?  

Bij het optreden van een ramp besluit het deputaatschap aan de hand van een aantal criteria of er een noodhulpactie gestart moet worden. Zo wordt er bijvoorbeeld gekeken of de bijdrage van Bijzondere Noden van toegevoegde waarde is ten opzichte van andere organisaties die in het gebied actief zijn. Daarnaast vinden we het belangrijk dat er, naast acute hulpverlening in de eerste fase, ook mogelijkheden zijn om mee te werken aan de wederopbouwfase. Als diaconale organisatie hebben we oog voor de meest kwetsbare groepen. Daarom is het belangrijk dat er mogelijkheden zijn om degenen die het zwaarst getroffen zijn door de ramp te bereiken, in het bijzonder ook de christelijke bevolkingsgroep. Ook vinden we het erg belangrijk dat er hulp gegeven kan worden via christelijke organisaties en kerken, en zo zijn er nog een aantal andere criteria. Aan de hand daarvan bepalen we of er een noodhulpactie gestart wordt. Als dat antwoord ja is, gaat ons draaiboek voor noodhulp van start. Er wordt zo snel mogelijk contact gezocht met internationale organisaties waar wij goede samenwerkingservaringen mee hebben. Daarnaast proberen we contact te zoeken met lokale kerken en christelijke organisaties. We maken geen deel uit van een noodhulpcluster, zodat we als kerkelijke organisatie eigen keuzes kunnen maken. We hebben echter wel voortdurend contact met andere (christelijke) organisaties. Denk bijvoorbeeld aan ZOA, Woord en Daad en World Renew.

 

Je sprak zojuist over fases, wat bedoel je daarmee? 

In ons beleid ten aanzien van noodhulp houdt Bijzondere Noden rekening met de drie fasen van noodhulp die elkaar overlappen :

  • Fase 1: Directe noodhulp (ca. 0-6 maanden na de ramp)
  • Fase 2: Herstelfase (ca. 2-24 maanden na de ramp)
  • Fase 3: Wederopbouwfase (ca. 1-5 jaar na de ramp)

Afhankelijk van de situatie en context van het land waarin de ramp plaats vindt, verdelen wij de inkomsten over deze drie fases. Veel mensen verwachten dat noodhulp inkomsten zo snel mogelijk besteed moeten worden. Natuurlijk is de eerste, acute hulp zeer belangrijk, maar tegelijkertijd is het ook goed om oog te hebben voor duurzame wederopbouw. Juist in de laatste fase kunnen er samenwerkingsrelaties aangegaan worden met de lokale bevolking en is er plaats om iets te delen over de christelijke motivatie van hulpverlening. Juist dan kunnen we als kerkelijke organisatie het verschil maken. Daarbij komt ook nog dat hulpverlenen in rampgebieden zeker in de eerste periode specifieke expertise vraagt. Organisaties zoals het Rode Kruis of Artsen Zonder Grenzen zijn dan actief. Om duurzame wederopbouw te stimuleren is het goed om hulpverlening te verspreiden over de verschillende fases.  

 

Welke moeilijke situaties kom je in de praktijk tegen?

Rampgebieden zijn vaak erg ontoegankelijk. Rampen als aardbevingen en overstromingen verwoesten de infrastructuur en zorgen ervoor dat hulp soms traag op gang komt. Fase 1 richt zich meestal vooral op toegang verlenen tot medicijnen, schoon water en voedsel. Daarnaast is het in sommige landen zo dat de bureaucratie van de overheid de hulpverlening vertraagd. In Nepal bijvoorbeeld, waar de overheid nog steeds geen toestemming geeft om huizen te herbouwen. Dat zorgt voor dilemma’s. Moeten we ons geld dan maar op korte termijn besteden aan het voorzien in geiten en kippen, zodat mensen wel weer inkomen kunnen genereren? Of moeten we toch geduld hebben totdat er gebouwd kan worden? Er kan ook vertraging ontstaan doordat verschillende organisaties langs elkaar heen werken in bepaalde gebieden. Er ontstaat dan verwarring bij lokale mensen maar ook bij organisaties zelf. Daarom is het in contact staan en afstemmen met elkaar zo belangrijk.

 

Waarom duurt het vaak jaren voordat alle noodhulpinkomsten besteed zijn?

De realiteit is, rekening houdend met de situaties die hierboven beschreven staan, dat samenlevingen en hulporganisaties de gevolgen van een ramp nou eenmaal niet binnen een paar maanden op kunnen lossen. Bij een ramp wordt vaak binnen enkele uren grote verwoesting aangericht, maar het duurt jaren voordat een samenleving geheel hersteld is. Daarbij is het van groot belang dat de bevolking zelf bijdraagt aan hulpverlening en dat er duurzame veranderingen in gang gezet worden. Door training kunnen slachtoffers leren om rampen te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken. Duurzame hulp kost nu eenmaal tijd.  Elke organisatie kampt met dezelfde dilemma’s binnen noodhulp. We vinden het daarom erg belangrijk om bij noodhulp situaties met andere samen te werken. Samen sta je sterker.