Saambinder artikelenserie over de Vervolgde Kerk deel 2



Want de liefde van Christus dringt ons.

Na een zinderend hete dag in Amman (Jordanië) gaat de zon langzaam als een vuurrode bol onder.  Er steekt een verkoelende bries op die wat verlichting geeft. Mensen komen uit hun huizen en het centrum van de stad raakt vol met vrouwen en mannen die hun boodschappen doen.

Ik zit in de auto met mijn Jordaanse vrienden, Ibrahim en Lina, op weg naar een Irakese familie die gevlucht is voor het gevaar in eigen land. Onderweg stoppen we bij een winkel om wat basisvoedsel voor hen in te slaan zoals rijst, meel en bakolie. We gaan deze broeders en zusters bezoeken met het doel om hen te bemoedigen en met het Woord te versterken in hun vaak zeer moeilijke omstandigheden. Echter, het is ook goed om dit gepaard te doen gaan met de daad. Het woord van Paulus aan de gemeente van Filippi wordt hier in praktijk gebracht: ‘Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt’ (Fil. 4:14).

Het is inmiddels helemaal donker geworden en aan de gebrekkige straatverlichting en de kuilen in de weg is het merkbaar dat we in een verarmd deel van de stad terecht zijn gekomen. In deze wijk wonen bijna allemaal gevluchte Irakezen. In een van de vele kleine appartementen zijn we vanavond te gast. We worden met oosterse gastvrijheid onthaald. Men is blij met het bezoek van medechristenen. Jordanië heeft hen weliswaar opgenomen maar daar houdt het ook mee op. Men mag niet werken en als christelijke vluchtelingen worden zij dubbel argwanend bekeken. De kamer is volgepakt met mensen. Na gevraagd te hebben naar hun situatie begint Ibrahim de avond met gebed en leest met hen een gedeelte uit de Bijbel. Het gaat deze avond over Galaten 2, de werken der wet waardoor niemand zalig kan worden. Een belangrijk thema hier, omdat christenen die jarenlang in een islamitische omgeving hebben gewoond vaak beïnvloed zijn door de gedachte dat het doen van goede werken hen dichter bij de zaligheid brengt. Er komt een diepgaand gesprek op gang over deze zaken. Daarnaast lucht men het hart over alle moeiten. Een jonge vader in de kamer vertelt mij dat hij getroffen is door een bomaanslag in Qaraqesh. Hij heeft het er levend afgebracht maar heeft wel een oog verloren. Al deze mensen weten wat het is om een prijs te betalen voor het christen zijn. ‘Gedenk des woords, dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen’ (Joh. 15:20). In het gebed aan het eind van de avond worden alle noden aan de Heere toevertrouwd. In het vaste geloof dat Hij hen niet zal begeven en niet zal verlaten.

Op de terugweg ben ik stil. Diep onder de indruk van het werk der liefde dat het predikantenechtpaar waar ik te gast ben avond aan avond verricht. Het bezoeken van vluchtelingen, het voorzien in hun dagelijkse noden, en hen leren en vertroosten door het Woord. Als ik hun vraag naar hun diepste motivatie zeggen ze beiden: ‘Want de liefde van Christus dringt ons’ (2 Cor. 5:14). Wat een spiegel houdt de vervolgde kerk ons hier voor. Zelf als christen in een moeilijke positie, maar desondanks zó vol oog en liefde voor de anderen in de verdrukking. Met wegcijfering van zichzelf.

Ibrahim en Lina zijn diep doordrongen van het feit dat de situatie voor christenen in het Midden-Oosten steeds moeilijker wordt. Ook in een land als Jordanië, waar nog een relatieve vrijheid is,  wordt de ruimte in de samenleving om als christen te leven steeds kleiner. Daarom wil men de broeders en zusters versterken zolang het nog kan. Niet alleen door hen te bezoeken en te voorzien in de dagelijkse behoeften maar vooral door het Woord door te geven. Men heeft een Bijbelcursus ontwikkeld, die gratis wordt aangeboden en waarin de Bijbelse leer verder wordt uitgelegd. Deze cursus wordt op dit moment al door duizenden christenen in het Arabisch sprekende gedeelte van het Midden-Oosten gevolgd. Iedere ingevulde cursus wordt nagekeken door een mentor. Een tijdrovend werk. Maar ook dit wordt blijmoedig ter hand genomen. 

De christenen in het Midden-Oosten zijn ervan overtuigd dat het lijden om het geloof hoort bij het christen zijn. De Heere Jezus heeft het immers Zelf voorzegd? ‘Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen’ (Joh. 16:33). In dat geloof en vertrouwen mag het werk der liefde voortgang hebben ondanks alle tegenstand.

Mw. B. van der Schoot

Werkgroep Vervolgde Kerk, deputaatschap Bijzondere Noden.