Saambinder artikelenserie over de Vervolgde Kerk deel 3



Onze roeping voor de vervolgde kerk

 

“Vooraf wil ik zeggen”, zegt Ibrahim, één van de twee ex-moslims die we spreken tijdens een recent werkbezoek in Noord-Irak, “dat ik niet met Jezus ben begonnen, maar dat Hij met mij is begonnen”. Ibrahim heeft geen werk meer, want in zijn omgeving weet iedereen dat hij moslim was en nu christen. Waar hij naar eigen zeggen vroeger agressief en driftig was, verwonderen we ons over de kalme, rustige en liefdevolle persoon die hij nu is. “Als je hebt ervaren hoe groot de liefde van God is, dan kun je dat toch alleen maar doorgeven?” En de moeilijkheden die dat kost? Met een glimlach vertelt hij dat dat zo gemakkelijk te dragen is, hij krijgt er immers zo veel voor terug.

 

Karzan, de andere van de twee, was door zijn familie voorbestemd om imam te worden. Maar nu is hij christen, geraakt door een buurman die door zijn bekering een ander mens werd; vriendelijk en gunnend. Hij mocht twee dagen een Bijbel van hem lenen, maar wilde hem daarna niet meer teruggeven. Dat Woord was hem dierbaar geworden. Karzan moest direct vluchten toen hij bekend maakte dat hij christen was; zijn vader zou degene die hem vermoordde als zijn nieuwe zoon beschouwen. Zijn les aan ons: “Laat in heel je leven zien dat je een volgeling van Christus bent”.

 

Eén van de belangrijke lessen die we kunnen leren van de vervolgde kerk is deze: In het lijden om Christus’ wil ligt zo veel vreugde. Steeds wordt door hen gevraagd om gebed en voorbede, en opvallend is dat er dan niet gevraagd wordt om het wegnemen van de verdrukking, maar om kracht om die verdrukking te verdragen. Verdrukking en vervolging is immers voluit naar Gods Woord, en is voor hen juist een bevestiging. Hoe moet anders 2 Tim. 3:12 (Allen die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden) uitgelegd worden?

 

Zijn wij zélf wel zo’n levend voorbeeld voor onze omgeving? De geschiedenis heeft geleerd dat verdrukking steeds klein begint, met het oproepen tot verantwoordingen, of met onbeleefdheid, met ongelijke behandeling, misschien met laster of smaad. Hoe blijft ú, ook in deze “kleine” verdrukkingen staande? Spreekt u, als u zwijgen moet of zwijgt u, als u zou moeten spreken?

 

Een Bijbelse visie op de taak van de kerk voor de vervolgde kerk was voorheen binnen de Gereformeerde Gemeenten niet zozeer ontwikkeld, al werd er op dit terrein wel het nodige gedaan. De laatste tien jaar is dat gaandeweg veranderd. Eerst in een werkgroep, later in de Commissie Vervolgde Kerk, waar de bezinning over deze taak van de kerk op gang gekomen is. Gods Woord spreekt van hulp aan verdrukten door familie, door individuele christenen, door de dienaren van Christus, maar zeker ook door de christelijke gemeente. Zo zegt Paulus tegen de gemeente van Filippi: “Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt”.

 

De conclusie is duidelijk: de kerk, en dus ook ons kerkverband, mag hierbij niet aan de zijlijn blijven staan. Hulp aan de verdrukte en vervolgde kerk mag ook niet overgelaten worden aan andere organisaties. Wat houdt die hulp concreet in? Gods Woord spreekt van een viertal zaken: allereerst gedenken (Kol. 4:18, Hebr. 13:3), vervolgens ook gebed (Hand. 12:5, 2 Kor. 1:11), vurig en aanhoudend, en dat zowel persoonlijk als in de ambtelijke voorbede. Daarna woorden (Matth. 5:44, Joh. 16:33), in de vorm van aansporingen en bemoedigingen, en tenslotte ook praktische hulp  (Matth. 25:36, Hand. 16:33).

 

Tijdens de Generale Synode van 2016 is de Vervolgde Kerk een structureel onderdeel geworden van het deputaatschap Bijzondere Noden, waarbij de deputaatschappen voor Israël, Zending en Bijbelverspreiding een adviserende rol blijven vervullen. U kunt één van onze voorlichters vragen om in uw gemeente te komen spreken voor een vereniging, op een gemeenteavond of op andere gelegenheden. In het voorjaar van 2016 is een eerste CGO thema-leergang Vervolgde Kerk in Gouda gehouden, die waarschijnlijk een vervolg zal krijgen in andere plaatsen. Er zijn criteria opgesteld en volgens deze criteria wordt inmiddels op verschillende plaatsen hulp geboden. Bij de uitvoering hiervan wordt op een constructieve wijze samengewerkt met verschillende onder ons bekende organisaties die werken binnen dit aandachtsgebied. We roepen onze gemeenten van harte op om dit werk te gedenken en te ondersteunen. Of, zoals Karzan zou zeggen: Laat u ook in heel uw leven zien dat u een volgeling van Christus bent?

 

J.C. Drost, algemeen secretaris Bijzondere Noden