Binnen de gemeente zorgen leden voor elkaar. Maar hoe is dat voor degenen die daarbuiten staan? De Bijbel geeft duidelijke voorbeelden: Jozef die heidense landen door de hongersnood hielp (Gen. 41), Elisa die raad gaf aan Naäman de Syriër (2 Kon. 5), en Jezus’ gelijkenis over de barmhartige Samaritaan (Luk. 10). Gods Woord spreekt hier over onvoorwaardelijke hulp. Niet als de ander onze belijdenis deelt, maar ook wanneer hij vreemd staat tegenover de kerk.
Als er Eén was Die aandacht had voor eeuwigheidszaken, dan was het de Heere Jezus wel. Toch diende Hij net zoveel in lichamelijke noden (Hand 10:39). Zijn daden zetten een streep onder Zijn woorden. Ook voor degenen die Hem verwierpen. Toen Hij de tien melaatsen reinigde, wist Hij bij voorbaat al dat er slechts één God zou verheerlijken. Toch wilde Hij hen allemaal genezen. Help dus niet met de verwachting dat wij mensen kunnen veranderen, want dan raken we al snel ontmoedigd. Toch vraagt de Heere getrouwheid. Net zoals Hij Zelf Zijn genadeboodschap getrouw tot ons zendt, onafhankelijk of we die aannemen of niet. Matthew Henry zegt: ‘Jezus doet goed omdat Hij goed is, niet omdat de mens het verdient.’
Wereldwijd en dichtbij
Vaak zien we dat kerken in arme landen deze last heel ernstig nemen. De barmhartige houding van buitenlandse christenen leidt vaak tot vragen. Hun dienende houding is zo onmiskenbaar, dat zelfs in vijandige omgevingen de vervolging en verdrukking verandert in nieuwsgierigheid en acceptatie. Wonderlijk! Maar zou het andersom ook zo werken..? Dat wanneer wij op onszelf gericht zijn, het onbegrip toeneemt en uitmondt in verdrukking?
Soms krijgen we inderdaad de vraag: “Hoe doen jullie dat in Nederland? Dienen jullie enkel de eigen leden, of is er ook oog voor omwonenden?” Een relevante vraag! Want wanneer de wijk een relevante plek krijgt in de kerk, krijgt de kerk een relevante plek in de wijk.
Levend getuigenis
Een bekende uitdrukking is: ‘wij zijn de Bijbel voor hen die geen Bijbel hebben’. Als wij naastenliefde prediken, maar niet praktiseren, maken we het christendom tot spot. Jakobus is heel scherp als hij toelicht dat het geloof zonder werken dood is. “En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat henen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd; (…) wat nuttigheid is dat?” (Jak 2)
Als het goed is, is er niet alleen de bewogenheid met het tijdelijke, maar ook met de ziel en wordt er gezocht naar mogelijkheden om het Woord ook daar te krijgen. Het Deputaatschap Evangelisatie biedt hier nuttig materiaal voor. Maar het moet geen voorwaarde worden: al zou er geen ruimte tot evangelisatie zijn, dan nóg blijft naastenliefde onze christenplicht.
Mogelijke bezwaren
Deze gedachten kunnen op bezwaar stuiten. Verwordt de kerk zo niet tot een activistische, maatschappelijke instelling? Het gevaar van werkheiligheid is zeker aanwezig. Er zijn genoeg kerken waar de nadruk enkel ligt op ‘aardig zijn voor elkaar’. Nee, zo moet het niet. Ware bewogenheid wordt gewerkt door Gods Geest, vanuit het levendmakende werk van genade. “En als ik die genade nou mis”? Dan eist de Wet nog steeds naastenliefde: Dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevordere; (…) opdat ik den nooddruftige helpen moge. (HC 42)
Praktische invulling
Gelukkig zien we regelmatig mooie voorbeelden. Over kleine noden die eenvoudig opgelost worden met een euro, een flesje water, een lift, etc. Soms zijn het grotere noden die wijsheid vergen, maar evengoed een beroep op ons doen. En… het mag wat kosten. De diaconie staat klaar om mee te helpen met fondsen of netwerken, maar de opdracht ligt allereerst bij u als lid.
Wanneer alle leden zo hun verantwoordelijkheid nemen, krijgt de kerk een dienende plaats in de samenleving. Opdat de Naam van de Heere door onze werken verheerlijkt wordt.
Tijdens de landelijke Diakendag op jl. 12 september stonden we stil bij Diaconaat in de wijk; welke opdracht heeft de gemeente t.a.v. niet-kerkelijke noden?